Beroepscode

Afbeelding1

Houvast voor kwaliteit en sportmoraal

Vooraf

De sport is in beweging en daarmee de sportmoraal. Ontwikkelingen als commercialisering, professionalisering en prestatiebevorderende middelen zetten de traditionele sportmoraal onder grote druk. Trainers/coaches (zowel betaalde als vrijwilligers) moeten steeds weer hun houding bepalen tegenover de sporters en hun omgeving. De door de NFWS ontwikkelde Beroepscode, die NLcoach hanteert, kan daarbij een hulpmiddel zijn. De Beroepscode is het resultaat van een systematische bezinning op de normen en waarden van het handelen van trainers/coaches en is opgesteld in nauwe samenspraak met trainers/coaches uit verschillende takken van sport. De Beroepscode geeft gedragsregels en aanbevelingen waar trainers/coaches zich in hun dagelijks werk aan dienen te houden.

De Beroepscode:

  • Is een kwaliteitstoets van de beroepsuitoefening voor de trainers/coaches.
  • Biedt een legitimatie van het beroepshandelen.
  • Maakt voor de sporters duidelijk wat zij mogen verwachten.
  • Geeft houvast, bescherming en de mogelijkheid om kritiek te uiten.

Uitgangspunten zijn:

  • De rechten van de sporters.
  • De relaties binnen en buiten de sport.
  • De werkomstandigheden en de professionele standaard.

Vanuit deze uitgangspunten zijn de plichten van de trainers/coaches geformuleerd en vertaald in duidelijke regels. Regels die bij een goede uitoefening van het vak overigens vanzelfsprekend zijn.

Regels

  • Trainers/coaches zullen de integriteit van de sporters waarborgen.
  • Trainers/coaches zullen relaties met de sporters (en anderen) integer invullen, gebaseerd op openheid, eerlijkheid, wederzijds vertrouwen en respect.
  • Trainers/coaches zullen de standaard van hun vak hooghouden.

Wanneer een trainer-coach de regels overtreedt, dan zijn er maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat hij/zij wordt bestraft. Schendingen van de Beroepscode zullen via tuchtrechtspraak worden bestraft. Op welke wijze een vereniging, sportbond etc. dit invult is ter beoordeling van de vereniging / sportbond zelf.

De Beroepscode als levend document

De Beroepscode is van weinig waarde als hij niet wordt gebruikt. Daarom wil NLcoach dat de code een plaats krijgt binnen:

  • Het werk van trainersverenigingen.
  • Het beleid van de overheid, sportbonden en NOC*NSF.
  • De (tucht)rechtspraak, om als basis te dienen bij aanklachten.
  • Het vakbondswerk.

NLcoach ontwikkelt samen met belanghebbenden een aanbod om van de Beroepscode een springlevend document te maken. Via info@nlcoach.nl kun je opmerkingen, voorstellen voor wijziging of bijval kenbaar maken. Alle leden van NLcoach hebben de code onderschreven. NLcoach zet zich actief in voor verdere verspreiding van de Beroepscode onder haar leden.

Deel 1: De code

1 De sport(st)er

1.1 Lichamelijke integriteit

De train(st)er heeft de plicht alles te doen om de lichamelijke integriteit van de sport(st)er te waarborgen en alles na te laten wat die lichamelijke integriteit schade kan berokkenen.

Regels:

  • Waarborg dat de belasting en intensiteit van de training altijd is aangepast aan de leeftijd, de fysieke conditie en het prestatievermogen van de sporters.
  • Sta alleen deelname aan de training/wedstrijd toe als dat geen onverantwoorde risico’s voor de sporters met zich meebrengt.
  • Waarborg dat fysiek contact alleen plaatsvindt met toestemming van de sporters en dat dit voor de vervulling van jouw taken noodzakelijk is.
  • Houd je aan alle gedragsregels zoals die in de code over seksuele intimidatie zijn opgesteld.
  • Laat de sporters geen ongeoorloofde middelen gebruiken of procedures volgen die niet zijn toegestaan. Vereis het gebruik ervan niet en raad ze ook niet aan.
  • Maak de sporters gevoelig voor het dopingprobleem.
  • Werk met de verantwoordelijke instanties samen bij de opsporing en de bestrijding van dopingmisbruik.

1.2 Geestelijke integriteit

De train(st)er heeft de plicht alles te doen om de geestelijke integriteit van de sport(st)er te waarborgen en alles na te laten wat die geestelijke integriteit schade kan berokkenen.

Regels:

  • Laat beledigende of denigrerende uitingen en gebaren achterwege.
  • Discrimineer niemand vanwege geslacht, ras, mentale toestand, huidskleur, handicap, seksuele oriëntatie, leeftijd, beroep, religie of politieke overtuiging.
  • Laat alle seksuele toespelingen, uitingen en gebaren achterwege.
  • Houd je aan alle gedragsregels zoals die in de code over seksuele intimidatie zijn opgesteld.
  • Pleeg overleg met de sporters over alle beslissingen die hen betreffen en streef daarbij naar een zo groot mogelijke consensus.
  • Vereis niets van de sporters wat in strijd is met hun fundamentele waarden en diepste overtuigingen.
  • Neem beslissingen die de sporters betreffen altijd zo, dat je de redenen daarvoor kunt aangeven. Wees ook altijd bereid om die redenen aan te geven.
  • Moedig de sporters uitdrukkelijk aan de verantwoordelijkheid voor de eigen beslissingen te nemen.

1.3 Sociale integriteit

De train(st)er heeft de plicht om alles te doen om de sociale integriteit van de sport(st)er te waarborgen en alles na te laten wat die sociale integriteit schade kan berokkenen.

Regels:

  • Maak geen persoonlijke informatie over de sporters toegankelijk voor het brede publiek, tenzij je daarvoor hun uitdrukkelijke toestemming hebt.
  • Bekritiseer sporters niet in het openbaar.
  • Zorg ervoor dat in beginsel iedereen dezelfde toegang tot jouw sport heeft. Wanneer bepaalde toelatingseisen bestaan (bijv. leeftijds- of prestatiecriteria), moeten deze eerlijk en zonder aanzien des persoons worden toegepast.
  • Respecteer de culturele bijzonderheden van de sporters, voor zover zijzelf of anderendaardoor geen onmiddellijke risico’s lopen.

1.4 Begeleiding

De train(st)er heeft de plicht zich zo goed mogelijk in te zetten voor het welzijn, de ontwikkeling en het succes van de sport(st)er.

Regels:

  • Zorg voor een aangename, open en vertrouwelijke sfeer tijdens de training en de wedstrijd, zodat de sporters zich goed voelen en hun individuele vaardigheden optimaal kunnen ontplooien
  • Plan zowel de trainingen en wedstrijden als de daarbij behorende communicatieprocessen zo, dat de sporters hun vaardigheden en talenten zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen en langdurig kunnen behouden.
  • Draag naar vermogen bij aan het welzijn van de sporters, zowel binnen de sport als – indien gewenst – buiten de sport.
  • Benader zieke en geblesseerde sporters met interesse en welwillendheid.
  • Richt je in het werk niet uitsluitend op succes. Blijf je ervan bewust dat je steeds ook een begeleidende en pedagogische taak vervult.
  • Wees steeds een voorbeeld in optreden, taalgebruik en nauwgezetheid.
  • Moedig jouw sporters aan om aan dezelfde maatstaven te voldoen.
  • Accepteer dat ook andere trainers en deskundigen voor de sporters van nut kunnen zijn. Indien mogelijk, accepteer dat de sporters de diensten van andere experts gebruiken.
  • Als je kinderen en jongeren traint, pleeg dan regelmatig overleg met de ouders over de lichamelijke, geestelijke en sociale effecten van het trainings- en wedstrijdprogramma.
  • Stel de ouders onmiddellijk in kennis als je – om welke redenen dan ook – bezorgd bent over het welzijn van hun kind(eren).

2 Overige relaties binnen en buiten de sport

De train(st)ers dienen de relaties met alle mensen binnen en buiten de sport integer in te vullen, gebaseerd op openheid, eerlijkheid, wederzijds vertrouwen en respect.

A Relaties binnen de sport

2.1 Werk- en opdrachtgevers

De train(st)er heeft de plicht om zijn/haar arbeidskracht zo goed mogelijk in te zetten, bij te houden en te verbeteren.

Regels:

  • Houd je aan contracten en afspraken.
  • Zorg ervoor dat je geen contracten aangaat en geen afspraken maakt waarvan de inhoud tegen deze Beroepscode ingaat.
  • Gedraag je loyaal tegenover jouw werkgever.
  • Zorg in de omgang met jouw werk- en opdrachtgevers voor een open, eerlijke en communicatieve sfeer.
  • Maak gebruik van bijscholingsmogelijkheden om jouw vaardigheden en kennis op peil te houden.
  • Pretendeer geen kwalificatieniveau dat je niet hebt.

2.2 Medewerkers (co-trainers, artsen, fysiotherapeuten, materiaalbeheerders, etc.)

De train(st)er heeft de plicht om aan alle medewerkers de informatie te verstrekken die voor een goed functioneren noodzakelijk is.

Regels:

  • Draag naar vermogen bij dat in het team van medewerkers een communicatieve en efficiënte sfeer heerst.
  • Sta jouw medewerkers met raad en daad bij.

2.3 Collega-trainers

De train(st)er heeft de plicht om de werksfeer van de collega’s niet aan te tasten en zijn/haar bijdrage aan de belangen van de beroepsgroep te leveren.

Regels:

  • Onderhoud met andere trainers collegiale en door wederzijds respect bepaalde relaties.
  • Werk niet samen met sporters van een andere trainer/coach, tenzij deze zijn/haartoestemming heeft gegeven.
  • Zet je naar vermogen in voor de belangen van jouw beroepsgroep.
  • Werk op een open en transparante manier om andere trainers aan te moedigen hun bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het beroep.

2.4 Alle sportbetrokkenen

De train(st)er heeft de plicht om alle sportbetrokkenen fair te behandelen en zich voor fair Gedrag en de belangen van de sport in te zetten.

Regels:

  • Werk volgens de geest en de regels van jouw sport.
  • Treed steeds op als waardig vertegenwoordiger van jouw sport.
  • Spoor jouw sporters aan tot een adequate omgang met de regels.
  • Spoor jouw sporters aan tot een respectvolle en faire omgang met de tegenstander, scheidsrechters, juryleden, etc.
  • Draag met jouw kennis en ervaring bij aan de verdere ontwikkeling van jouw sport.
  • Neem deel aan acties van jouw sport om nieuwe leden te werven.

B Relaties buiten de sport

2.5 Sponsors

De train(st)er heeft de plicht om contractuele afspraken met sponsors na te komen en hun belangen te vertegenwoordigen, behalve als dat zou leiden tot conflicten met ‘hogere’ plichten.

Regels:

  • Houd je aan contracten en afspraken.
  • Zorg ervoor dat je geen contracten aangaat en geen afspraken maakt waarvan de inhoud tegen deze Beroepscode ingaat.
  • Probeer je zo te gedragen, dat je de communicatiedoelen van je sponsor niet in gevaar brengt.

2.6 Journalisten

De train(st)er heeft de plicht om aan journalisten ware en voldoende informatie te verstrekken, zo lang daardoor geen rechten van anderen worden geschaad.

Regels:

  • Informeer journalisten waarheidsgetrouw en uitvoerend, voor zover er geen legitieme belangen van jouw sporters of werkgever(s) op het spel staan.

2.7 Supporters

De train(st)er heeft de plicht fans en supporters, binnen de grenzen van het mogelijke, welwillend en open tegemoet te treden.

Regels:

  • Treed fans en supporters tegemoet met eerbied en respect.
  • Probeer – binnen de grenzen van het mogelijke en ter wille van hun belangen – fans en supporters tot agressie- en geweldvrij gedrag te bewegen.

2.8 Politici, mensen vanuit het publieke domein en andere vertegenwoordigers van het publieke leven
De train(st)er heeft de plicht om open te staan voor de belangen van politici en vertegenwoordigers van het publieke leven, zo lang geen hogere belangen van anderen dat ongewenst maken.

Regels:

  • Treed politici en andere vertegenwoordigers van het publieke domein tegemoet met eerbied en respect.
  • Zorg dat je op de hoogte bent van sociale en politieke vraagstukken en besef in hoeverre jouw sport kan bijdragen aan gemeentelijke, regionale en landelijke projecten.

3 Werkomstandigheden en professionele standaard

3.1 Adequate werkomstandigheden

De train(st)er heeft de plicht om binnen de grenzen van het voor hem/haar mogelijke zijn/haar werkplek zo efficiënt en zo aangenaam mogelijk in te richten.

Regels:

  • Zorg ervoor dat je geen contracten aangaat en geen afspraken maakt die jouw arbeids- en werkmogelijkheden onnodig beperken.
  • Probeer zo veel mogelijk je onafhankelijkheid te bewaren.

3.2 Werklast

De train(st)er heeft de plicht erop te letten dat zijn/haar werklast niet de persoonlijke capaciteitsgrens overstijgt.

Regels:

  • Neem slechts zo veel taken en verplichtingen op je, dat je ze kunt vervullen zonder het risico van fysieke, psychische of sociale beschadigingen.
  • Leef zodanig, dat jouw arbeidskracht en werklust in stand blijven.
  • Neem geen verantwoordelijkheid voor taken waarvoor je niet gekwalificeerd bent.

3.3 Deskundigheid

De train(st)er heeft de plicht om zijn/haar deskundigheid op peil te houden.

Regels:

  • Probeer een zo hoog mogelijk kwalificatieniveau te behalen en te behouden.
  • Maak regelmatig een kritische en eerlijke zelfanalyse.
  • Moedig andere mensen aan om jouw handelen constructief te bekritiseren en ga eerlijk met deze kritiek om.

Deel 2: Het Reglement

  1. Definities

In deze Beroepscode wordt verstaan of mede begrepen onder:

0.1  Trainer: de vrouwelijke of mannelijke trainer, coach, instructeur, begeleider of in een functioneel daarmee overeenstemmende functie werkzaam.

0.2  Sporter: de vrouwelijke of mannelijke sportbeoefenaar die individueel, gezamenlijk met anderen of in teamverband - recreatief, als amateur of beroepsmatig - een sport beoefent en zich daarop onder leiding van de trainer door training voorbereidt.

0.3  Team: enig aantal individuele sporters dat gezamenlijk als eenheid een sport beoefent en zich daarop door training voorbereidt.

0.4  Integriteit: het geestelijk en lichamelijk in zijn waarde laten van de sporter of van een team, daarbij respecterend dat de sporter/het team voor zichzelf beslissingen neemt en daarvoor eigen verantwoordelijkheid draagt, alsmede het nalaten van enig inbreuk op aan de sporter toekomende rechten.

0.5  Ouders: de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de minderjarige sporter tot 18 jaar, diens voogd(en) daaronder begrepen.

0.6  Opdrachtgever: de individuele sporter of de werkgever of de organisatie van wie de trainer opdracht heeft verkregen werkzaamheden als trainer te verrichten, en/of met instemming van de opdrachtgever: een team.

0.7  Lidorganisatie: een vereniging van trainers en/of coaches die lid is van de NLcoach.

  1. Toepasselijkheid Beroepscode

1.1  De Beroepscode - en dus dit reglement - is van toepassing op ieder lid van een lidorganisatie.

1.2  NLcoach adviseert aan een lidorganisatie om deze beroepscode kenbaar te maken onder haar leden en deze beroepscode te hanteren waar het gaat om het functioneren van haar trainers/coaches.

  1. Algemene normen ten aanzien van de trainer

2.1  De trainer doet niet voorkomen alsof hij meer of andere kwaliteiten bezit dan waarvoor hij door opleiding of aantoonbare ervaring kan instaan. In functionele contacten met anderen neemt de trainer het initiatief anderen te informeren over zijn opleiding en deskundigheid. De trainer aanvaardt geen opdracht waarvoor hij na een kritische zelfanalyse meent niet over de deskundigheid te beschikken.

2.2  De trainer is zich bij de uitoefening van zijn beroep voortdurend bewust van zijn voorbeeldfunctie.

2.3  De trainer handelt naar de regels, geest en gebruiken van de desbetreffende sport. De trainer onthoudt zich van het schaden van de belangen van de desbetreffende sport en van de daarmee verbonden organisaties en sporters.

2.4  De handelwijze van de trainer dient objectief en toetsbaar te zijn.

2.5  Waar nodig en op verzoek legt hij het met de individuele sporter en/of met de opdrachtgever te bereiken doel schriftelijk vast.

2.6  De trainer onthoudt zich van uitlatingen en gedragingen met een discriminerend of anderszins beledigend karakter, alsmede van uitlatingen en gedragingen waarvan hij kan of behoort te weten dat deze voor anderen schadelijk zijn.

2.7 De trainer onthoudt zich van enig advies ter zake van het gebruik of doen gebruiken van door de desbetreffende sportbond verboden middelen (doping), noch stimuleert het (doen) gebruik(en) van verboden middelen. De trainer zal het gebruik van verboden middelen afraden en minderjarige sporters wijzen op de daaraan verbonden gevaren.

  1. De trainer en de sporter

3.1  Het belang van de trainer is ondergeschikt aan het belang van de individuele sporter. Over beslissingen de individuele sporter betreffende overlegt de trainer met de sporter en motiveert zijn keuze of handelwijze. De trainer tracht waar mogelijk met de individuele sporter tot overeenstemming te komen; waar niet mogelijk respecteert hij de opvatting de sporter en laat deze prevaleren.

3.2  Bij sportbeoefening in teamverband heeft de trainer een regisserende functie en is het belang van de trainer ondergeschikt aan het belang van het team, op een wijze zoals met de opdrachtgever is overeengekomen. Over beslissingen het team betreffende overlegt de trainer met de sporters van het team en deelt hen gemotiveerd diens keuze of handelwijze mede. De trainer tracht - indien mogelijk - met de sporters van het team tot een draagvlak voor zijn keuze of handelswijze te komen, behalve in het geval hem door de opdrachtgever is opgedragen ten aanzien van de selectie van de tot het team behorende sporters een keuze te maken voor hun deelname aan wedstrijden. In dat geval is de trainer slechts verantwoording verschuldigd aan de opdrachtgever.

3.3  De trainer is zich bewust van zijn begeleidende en pedagogische taak. Waar het de belangen van de sporter betreft, stimuleert de trainer de sporter tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid en geeft de sporter daartoe de daarvoor benodigde informatie. Uiteindelijk beslist de sporter over hetgeen in zijn belang is.

3.4  De trainer bevordert zo veel als in zijn vermogen ligt het welzijn van de sporter, diens ontwikkeling in de sport en het behalen van succesvolle resultaten. Dit laatste alleen op verzoek van de sporter en mits niet in strijd met diens gezondheid en welzijn.

3.5  De trainer waarborgt de lichamelijke en geestelijke integriteit van de sporter en laat alles na wat die integriteit kan schaden, waaronder enige handelwijze welke in strijd is met de fundamentele waarden van (de desbetreffende) sport en met de diepste overtuigingen van de sporter. De trainer houdt daarbij tevens rekening met te respecteren culturele bijzonderheden van de sporter.

3.6  In zijn contacten met de sporter handelt de trainer strikt overeenkomstig de Code tegen seksuele intimidatie en heeft alleen dan lichamelijk contact met de sporter voor zover dit functioneel noodzakelijk is en in dat geval alleen na voorafgaande instemming van de sporter.

3.7  Indien de sporter de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, draagt de trainer jegens de sporter een bijzondere, verdergaande verantwoordelijkheid. Indien de trainer omtrent de gezondheid en het welzijn van de minderjarige sporter enige zorg van welke aard dan ook heeft, stelt hij een ouder hiervan onmiddellijk in kennis. Over eventuele beslissingen de minderjarige sporter betreffende, overlegt de trainer altijd met de sporter en diens ouders en bij afwezigheid van de ouders met de clubleiding.

3.8  De trainer staat ervoor in dat de belasting en de intensiteit van de training van de sporter die hij traint, altijd zijn aangepast aan de leeftijd van de sporter en tevens aan diens fysieke conditie en prestatievermogen. De trainer zal de sporter adviseren niet deel te nemen aan wedstrijden en/of trainingen indien de trainer de daaraan verbonden risico’s voor de sporter onverantwoord acht.

3.9  De trainer respecteert dat andere trainers en/of deskundigen over andere of specifieke deskundigheid kunnen beschikken. Waar nodig of wanneer de sporter daarom verzoekt, bevordert de trainer dat de sporter van bedoelde deskundigheid gebruik kan maken.

3.10  De trainer draagt zorg voor een aangename, werkbare, open en vertrouwelijke sfeer tijdens trainingen, wedstrijden en besprekingen, en laat na wat daarmee in strijd kan zijn.

3.11  De trainer spoort de sporter aan zich overeenkomstig de regels van die sport te gedragen en op respectvolle wijze om te gaan met andere sporters, scheidsrechters en overige officials. De trainer bevordert fair play en onthoudt zich van aanwijzingen of opdrachten aan de sporter die daarmee in strijd zijn.

  1. De trainer en de opdrachtgever/derden

4.1  De trainer gaat geen overeenkomst aan waarin hij een opdracht accepteert die naar de strekking of geest in strijd is met deze Beroepscode.

4.2  Met in achtneming van het in deze Beroepscode gestelde en zijn eigen uit de overeenkomst voortvloeiende verantwoordelijkheid, voert de trainer zijn werkzaamheden uit naar beste vermogen, in loyaliteit ten opzichte van zijn opdrachtgever, rekening houdend met diens belangen en van anderen die voor de organisatie van de opdrachtgever werkzaam zijn. De trainer is daarbij niet gehouden rekening te houden met de belangen van anderen dan de opdrachtgever en de sporter.

4.3  De trainer zal geen opdrachten - direct of indirect – aanvaarden van anderen dan de opdrachtgever of van (de ouders van) een individuele sporter, in wiens opdracht hij werkzaam is.

4.4  Wanneer de trainer meent dat zijn werkomstandigheden, zijn werklast, zijn lichamelijke of geestelijke gesteldheid verhinderen de overeengekomen werkzaamheden naar beste vermogen te verrichten, stelt hij hiervan zijn opdrachtgever en de individuele sporter of het team zo spoedig mogelijk in kennis.

4.5  De trainer komt - buitengewone omstandigheden daargelaten - zijn overeenkomst met de opdrachtgever na tot aan de einddatum. Indien en zodra de trainer ten behoeve van een aansluitende overeenkomst met een andere opdrachtgever overeenstemming heeft bereikt, meldt hij dit onverwijld schriftelijk aan de opdrachtgever.

  1. De trainer en zijn collega-trainer

5.1  Indien voor de opdrachtgever nog andere trainers werkzaam zijn, zal de trainer in openheid, collegialiteit en op efficiënte wijze met hen samenwerken. De trainer bevordert een goede werksfeer, ook ten opzichte van anderen met wie hij op verzoek van de opdrachtgever samenwerkt.

5.2  De trainer verricht geen werkzaamheden voor een individuele sporter dan wel een team voor wie een andere trainer reeds werkzaam is, tenzij de andere trainer daarin vooraf schriftelijk toestemt, in welk geval de trainer zijn werkzaamheden beperkt tot hetgeen daaromtrent tussen de beide trainers en de opdrachtgever is overeengekomen.

5.3  De trainer zal niet eerder een overeenkomst met een opdrachtgever aangaan dan nadat een door de opdrachtgever tussentijds, ter zake van dezelfde werkzaamheden beëindigde overeenkomst met een andere trainer met instemming van die andere trainer dan wel door tussenkomst van de rechter, is afgewikkeld.

  1. Het geven van informatie en het doen van mededelingen

6.1  De trainer verstrekt over de sporter zonder diens uitdrukkelijke voorafgaande toestemming geen persoonlijke informatie aan derden.

6.2  De trainer laat zich tegenover derden niet schadelijk uit over de persoon of kwaliteiten van een sporter, zijn opdrachtgever, een collega-trainer of een ander collega met wie hij bij de uitvoering van zijn overeenkomst samenwerkt.

6.3  Met toestemming van zijn opdrachtgever is de trainer bevoegd louter sporttechnische informatie over de prestaties van de sporter aan derden, waaronder de media, te verstrekken.

6.4  Elke door de trainer aan derde te verstekken informatie dient juist, volledig en evenwichtig te zijn, beoordeeld naar de context van het verzoek om informatie. In geval van publicatie van de door de trainer verstrekte informatie dient hij vóór publicatie te verifiëren of de door hem verstrekte informatie juist wordt weergegeven.

Beroepscode

Houvast voor kwaliteit en sportmoraal.

De Beroepscode en het reglement zijn, met ondersteuning vanuit een projectgroep en begeleidingscommissie, opgesteld door het CEKUN en Fred Kollen. Deze uitgave is tot stand gekomen dankzij de financiële steun van het Ministerie van VWS. We danken de vele trainers voor hun bijdrage in de discussies.

© Arko Sports Media en NLcoach, Behoudens uitzondering door de wet gesteld mag, zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) op het auteursrecht, c.q. de uitgeefster van deze uitgave door de rechthebbende(n) gemachtigd namens hem (hen) op te treden, niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.